Ik wil een IJSJE! Over kinderen die zeuren.

Zeuren, drammen, hangen en eisen. Om jam, bij deuren en vooral om een ijsje. De zomertijd is aangebroken het lijkt wel of de zeurgeest uit de fles is. ‘Mama Mia, wat een eisende consumentjes hebben we van ons kroost gemaakt’, roep ik met mijn handen in mijn haar. Ik baal en dat laat ik in niet mis te verstane woorden blijken als ze eindelijk in bed liggen.

Het beste recept tegen zeuren? Dat is nieuwsgierigheid! Die bindt OOK samen. Lees maar.

Zeuren werkt aanstekelijk

Net als roddelen, klagen en slijmen werkt zeuren samenbindend. Het lijkt wel of zeuren om een kopie vraagt. ‘Ja, maar ik wil NU naar oma!’ of Ikke ikke wil fiets! Ikke wille niet lope! Geen stap verder wil Kim. Mijn vijfjarige is helemaal in de ban van Yannick van twee. Ons buurjongetje is in de ‘nee’-fase. Zijn stopwoordjes zijn ‘ik’ en ‘wil.’ Ondertussen neemt hij vrolijk een sliert kinderen met zich mee in zijn gedrein. En niet alleen kinderen.

O niet dat kopieergedrag …

Ook de volwassen omgeving is er gevoelig voor, merk ik. Voor ik het weet, hoor ik mezelf tig keer vertellen hoeveel ijsjes er per week gegeten mogen worden. Als Brugman praat ik over gezond eten, centjes et cetera. Oeps, nu ben ik ook aan het zeuren…  Lekker voorbeeld dan!

Kinderen die zeuren om bijvoorbeeld ijs willen eigenlijk iets anders. Claertje legt uit en heeft een goede tip, denkt ze.

Wat moet ik dan?

’s Avonds bij een goed glas wijn in de tuin herinnert mijn man me aan iets. ‘Had jij het bij je oppaskinderen vroeger niet over een suikerspin?’ Daar moet ik even over nadenken. Opeens weet ik het weer. Als zij met hun onmogelijke eisen kwamen, zei ik altijd: ‘En IK? IK wil een suikerspin!’ De boze uitdrukking gleed als een schaduw uit hun peuterogen. Een vragende blik verscheen. Grote ogen die verwonderd vroegen: ‘Een suikerspin?’ Ja zo een van de kermis, zo’n grote roze!’ En los barstten de verhalen van die twee. Over de kermis en over alles wat daar te zien was. Zat dat ‘m nou in de afleiding? Ik denk dat het dan niet had gewerkt. Zo gauw lieten die twee zich niet vangen.

Geef me iets te leren

De combinatie van nieuwsgierigheid en de saamhorigheid van eigen verhalen. Dat is HET tegengif tegen monotoon gezeur. Kinderen die zeuren, vervelen zich. Ze grijpen de eerste de beste aanleiding aan. Had iemand het over oma? Dan wil ik daar nu heen! Zag ik daar een ijsje? Dan moet ik er NU één hebben! Nu onmiddellijk en wel meteen. En tussen de regels door: ouders, ik wil iets nieuws ontdekken! Geef me iets te leren.

Nu meteen en wel onmiddellijk

Een warme hap is maar een magnetron-belletje ver weg. Dat laat dus niets aan de verbeelding over. In onze instant-wereld biedt een suikerspin wel aanleiding tot verhalen. Suikerspin is zo’n woord dat je als ouder achter de hand moet houden. Want het lekkere van suikerspinnen is dat je ze niet even tevoorschijn tovert. Niet ‘nu onmiddellijk en wel meteen’. Suikerspinnen zijn schaars en daarom supergeschikt voor fantasie. Hoe meer tijd er zit tussen twee suikerspinnen, hoe meer ruimte voor verhalen. Net als bij octopussen, toffee appels en rozenlimo.

Hoogst persoonlijk graag

De beste momenten samen hebben we rond een vuurtje met geroosterde marshmallows. Ze zijn smerig, maar speciaal. Niet voor niets komen dan de verhalen los. Terwijl we samen kleverige slierten van stokjes lostrekken. Hoogst persoonlijke belevenissen en ervaringen. Hoe voelde dat om een kalfje te voeren? Likte die aan je hand? En lijkt een aardbeving op een springkussen in beweging? Papa vertel eens, want jij was bij een aardbeving. Toch? Een suikerspin past in het rijtje dat een kind niet zelf eventjes checkt. Daar ben jij voor nodig. Omdat ze aan jou zoiets wel durven vragen.

Zeuren is een graadmeter

Zeuren geeft aan: de voorspelbaarheid is oervervelend. Daarom neem ik me voor om meer voer voor nieuwsgierigheid te verzamelen. Dan kan ik daar op zeurmomenten mee aankomen. Want een echte suikerspin? Veuls te zoet.

(c) Can Stock Photo

Comments are closed.

Posted in: Opvoeden
Claertje Frieke-Kappers

Auteur:

Kinderboekenschrijfster Claertje Frieke geniet van Utrecht, de stad waar ze met Fred en twee kano’s woont. Met Tim en Vera zijn ze vaak in andere steden om kunst te bewonderen. Als gezin woonden ze acht jaar in Afrika voor taalwerk. Vera en Tim kregen thuisonderwijs tot groep zeven. Claertje ontdekte de mogelijkheden van fantasie bij les in taalvaardigheden, check www.taalalseenjas.nl

Simple Share Buttons