Hoe overleef je als kind in de stad?

Vaak als ik door Amsterdam fiets houd ik mijn hart vast voor die jonge kinderen die er moeten leren fietsen. Die slingerend op hun kleine fietsjes achter hun ouders aan door de stad fietsen. Ingehaald door scheurende pizzabrommertjes, bellende kantoormensen en onzekere toeristen.

Dan snap ik sommige ouders wel die hun kind tot op hoge leeftijd nog in de bakfiets of in de auto meenemen. Er is sowieso niet zoveel ruimte bijgekomen voor kinderen in de stad. Hoeveel terrassen zijn er bijgekomen en hoeveel landjes voor kinderen? Worden kinderen niet een beetje weggedrukt in de stad? Geen goede ontwikkeling dat je kind alleen maar rubber tegels onder zijn voeten voelt in plaats van gras en modder.

Als kind in de stad opgroeien is niet makkelijk. Het wordt steeds drukker en weinig speelruimte. Kindercoach Charlotte pleit voor meer oog voor kinderen.

Meer oog voor kinderen

Ik pleit voor meer oog voor kinderen. Bomen om in te klimmen, paadjes om op te leren fietsen, fietspaden zonder haastige mede-fietsers, modder om in te spelen, landjes om hutten op te bouwen. Minder gecontroleerde ruimtes, meer ruimte voor een kind om zonder het alziende oog van de ouders te spelen en te ontdekken.

Verschillende schrijvers hebben boeken geschreven over het overbeschermen van kinderen en wat dat voor effect heeft. Hoe je ze juist moet laten ontdekken. En uit een boom vallen, zoals mijn zoon een keer overkwam en meteen beide armen brak! Dat wil je natuurlijk liever niet, maar hij leerde wel om de volgende keer beter uit te kijken.

Ook architecten pleiten voor meer ruimte voor kinderen. Hopelijk gaan gemeentes die aanbevelingen ter harte nemen.

boek charlotte

 

Leren fietsen

Mijn kinderen leerden fietsen op Schiermonnikoog, waar geen auto’s rijden en ze volop konden oefenen. Zodra ze het fietsen onder de knie hadden, maakten we een tocht van een uur. Een mooie vuurdoop! Zij moe en apetrots en wij blij dat dat in ieder geval geleerd en geoefend was.

Daarna hebben we altijd met onze kinderen vóór ons gefietst in plaats van achter ons. Dat zie ik onrustbarend veel: ouders die met hun kinderen achter zich fietsen. Goed bedoeld, natuurlijk, het lijkt dan alsof je een buffer voor je kind bent, maar je moet voortdurend achterom kijken. In moeilijke situaties zie ik al te vaak dat een kind achter blijft en de ouder luid schreeuwend en angstig achterom kijkend het volledig kwetsbare en paniekerige kind nog probeert aan te moedigen. Doe dat niet! Houd je kind altijd voor je. En waar het kan natuurlijk naast je aan de binnenkant. Spreek af dat je kind altijd wacht bij een zijstraat en voor een stoplicht, tot jij zegt wat het moet doen. Zo kan je je kind en het verkeer veel beter in de gaten houden.

Kind in stad

Als je op een bovenhuis in de stad woont, zorg dan dat je kind genoeg buiten komt en ook alleen kan spelen. Ga lekker naar de duinen, neem een boek mee, ga onder een boom zitten en laat de kinderen lekker spelen. Ga kamperen of huur een huisje in het bos.

Wij hadden een zomer een ‘oppasschaap’ van de buren in de tuin van ons zomerhuisje. De kinderen vonden het heerlijk om met Lepie te spelen, modderkuilen voor hem te graven – waar Lepie overigens niet in ging, maar zij des te meer –  en zich ook neerlegden bij de toekomst van Lepie: die zou eindigen in de vrieskist van de buurman.

Onze dochter ging met drie vriendinnen kanoën en kwam pas uren later thuis op sleeptouw genomen door een boot, omdat ze volkomen verdwaald waren in het natuurgebied. Tsja, daarna nooit meer een kano aangeraakt. Dat dan ook wel weer…

Kortom: laten we zorgen dat er meer plek is voor kinderen in de stad, waar ze veilig kunnen (leren) fietsen en spelen zonder het alziende oog van een volwassene. Gewoon op de stoep of op een veldje.

Comments are closed.

Posted in: Opvoeden
Charlotte Borggreve

Auteur:

Charlotte Borggreve is naast moeder van drie ook orthopedagoge en kinder- en jongerencoach en heeft een eigen praktijk in Amsterdam Centrum.

Simple Share Buttons