Beelddenkers

Is jouw kind een beelddenker? Denkt het in plaatjes en gebeurtenissen in plaats van in taal zoals taaldenkers doen? Heeft het moeite op school om zich te concentreren, te luisteren naar instructie? Vindt hij het lastig om op tijd te komen, de dingen om hem heen te organiseren? Vraag je om zijn spullen uit zijn kamer te pakken en tref je hem dan even later diep verzonken aan in een stripboek dat hij op zijn bed zag liggen? Helemaal de tijd en de opdracht vergetend?

Dan zou hij wel eens een beelddenker kunnen zijn.  Beelddenkers zien snel het geheel en kunnen vlot een oplossing bedenken. Het onder woorden brengen van die oplossing is alleen lastig. Beelddenkers hebben een grote fantasie, kunnen nieuwe dingen uitvinden, bedenken “eigen” nieuwe woorden. Beelddenkers vinden het bijvoorbeeld moeilijk om zich aan strakke tijden te moeten houden. En zijn dus veel meer gebaat bij het zelf bijhouden van hun agenda met kleuren of pictogrammen.

Taaldenkers versus beelddenkers

Veel kinderen zijn taaldenkers, en het onderwijs is ook op deze kinderen ingesteld. Als je beelddenker bent kan je daar nogal wat last van hebben op school. Buiten school waar je je fantasie en spel de vrije loop kan laten, is het voor beeldenkers vaak veel fijner.

In het boek: Ben ik in beeld? (H)erkenning voor beelddenkende kinderen, hun ouders en leerkrachten wordt op een heldere manier uitgelegd wat beeldenken betekent voor je kind en hoe het, maar ook ouders en leerkrachten, met het kind om kunnen gaan en begeleiden.

Een beelddenker droomt makkelijk weg en heeft moeite met:

  • Tijdsdruk: houdt niet van taken die onder tijdsdruk gedaan moeten worden.
  • Spelling: ziet het beeld van het woord en niet het woordbeeld (als hij “vader” leest denk hij aan “papa” en leest vervolgens dat woord)
  • Leren lezen: kijkt niet naar de letters maar naar de vorm van een woord en haalt dan vaak woorden als mus en muis door elkaar.
  • Lezen wat er letterlijk staat: de fantasierijke gedachten van een beelddenker maakt dat hij er een ander verhaal van maakt.
  • Tafels/sommen: iets uit het hoofd leren is moeilijk; ze willen het eerst begrijpen.
  • Tekst: houdt niet van grote stukken dichtbeschreven tekst
  • Concentratie: droomt weg als het saai wordt.
  • Mondelinge instructie: ziet een beeld bij wat hij hoort, dan bedenk hij in beeld het antwoord dat hij vervolgens weer in taal moet omzetten. Dat duurt lang of gaat mis.

Hoe ontwikkelt het denken zich?

Een baby is 100% beelddenker. Taal kent een baby nog niet, hij ziet alleen beelden. Een baby begrijpt niet dat hij soms even moet wachten met eten. Hij heeft honger en wil nú eten. Dit wordt ook wel een primair denkproces genoemd.

Een kind leert praten doordat anderen om hem heen dat doen. Gaandeweg koppelt het kind klanken aan beelden. Mama hoort bij de klanken m-a-m-a. Het kind leert steeds beter begrijpen wat er bedoeld wordt met woorden en zinnen.

Als je kind een jaar of tien is, heeft het meestal een evenwicht gevonden tussen beelden en taal. Het secondaire denkproces krijgt de overhand. Een kind leert zich bijvoorbeeld beheersen als het niet meteen zijn zin krijgt.

Beelddenkende kinderen daarentegen blijven een voorkeur houden voor het primaire denkproces. Het gevolg is dat je een heel speels en creatief kind kan hebben, maar ook een kind dat geen ‘nee’ accepteert en niet zo maar instructies opvolgt.

Een beelddenkend kind heeft dus veel bijzondere eigenschappen: het is creatief, heeft humor, kan prachtige verhalen vertellen. Is gevoelig voor sfeer en wil graag de dingen zelf uitzoeken. Heeft goed overzicht en heeft behoefte aan ruimte en vrijheid.

beelddenkers

 

8 tips voor ouders van beelddenkers

Beelddenkers zijn creatieve kinderen, omdat ze anders dan andere kinderen denken. Maar luisteren is lastig en structuur vatten ze anders op. Accepteer dat je kind een andere manier van denken heeft en zoek samen naar compromissen en oplossingen.

  1. Heb een gesprek met de leerkracht over hoe je kind op school en thuis zo goed mogelijk begeleid kan worden. Maak duidelijke afspraken. Aandachtige, consequente en duidelijke begeleiding geeft het kind veiligheid en rust.
  2. Geef je kind de ruimte en de vrijheid om zijn eigen leermethode te kiezen, maar begeleid hem wel om de juiste manier te kiezen door te blijven herhalen.
  3. Houd je kind gefocust op zijn werk, vraag wat het moet doen. Hou hem bij de les: zijn gedachten kunnen snel afdwalen. Je kind kan lang geconcentreerd werken, mits het onderwerp interessant is.
  4. Heb er vertrouwen in dat je kind doet wat je vraagt. Soms duurt het antwoord iets langer, omdat hij de opdracht eerst moet verwerken voordat hij ermee aan de slag gaat.
  5. Vertel korte verhalen en geef korte, duidelijke en overzichtelijke opdrachten.
  6. Je kind zal alles tot in de details willen weten. Geef hem ook die duidelijke uitleg, want goede redenen helpen hem op weg.
  7. Doe een beroep op zijn intelligentie en probleemoplossend vermogen. Hierdoor help je hem vooruit te komen.
  8. Lesstof is meestal geschreven en staat in boeken. En je moet in een bepaalde volgorde leren werken. Beeldenkers kunnen vaak in één keer de oplossing zien, maar weten niet hoe ze de regels om er te komen moeten toepassen. Help je kind ermee om te begrijpen waarom en hoe het die regels moet toepassen.

TIP:

Ben ik in beeld? (H)erkenning voor beelddenkende kinderen, hun ouders en leerkrachten

Marion van de Koolwijk, Wendy Lammers van Toorenburg en Juliette de Wit – Uitgeverij Pica – € 19,99

www.stichtingbeelddenken.nl

(c) Can Stock Photo

[ssba]
Posted in: Opvoeden

Auteur:

Charlotte Borggreve is naast moeder van drie ook orthopedagoge en kinder- en jongerencoach en heeft een eigen praktijk in Amsterdam Centrum.